Nieuwetijdskinderen, een uitdaging!
Tekst van een symposium door Robert de Klerk
Het onderwerp voor deze dag was snel gevonden: problematiek waarmee steeds meer kinderen en ouders geconfronteerd worden. De afgelopen jaren kwamen bij de Stichting namelijk enorm veel reacties binnen van ouders die kwaliteiten in hun kinderen herkenden, terwijl diezelfde kinderen door andere mensen 'probleemkinderen' werden genoemd. Bijvoorbeeld omdat ze verschijnselen laten zien van dyslexie, ADHD of autisme. De Stichting Nieuwetijdskinderen gaat er vanuit dat er een relatie is tussen een veranderend mensbeeld en een toenemend aantal kinderen dat verschijnselen van leer- en gedragsproblematiek laat zien. We hebben er dan ook altijd voor gepleit dat ouders, onderwijzers en hulpverleners bij het interpreteren van gedragsverschijnselen ook rekening houden met intuïtief bewustzijn. Zogenoemd 'probleemgedrag' kan namelijk ook een signaal zijn voor een onderliggende kwaliteit.
Voor het symposium 'Nieuwetijdskinderen, een uitdaging' dat op 2 juni 2002 in Amersfoort werd gehouden, vonden we drie sprekers bereid om in te gaan op de relatie tussen gedrag en intuïtief bewustzijn: Carla Muijsert, Marianne Kuster en Pieter Langendijk.
Wat zie ik eigenlijk als ik naar mijn kind kijk?
Deze vraag hield Carla Muijsert de deelnemers aan het symposium voor. Zie ik een probleem of een onderliggende kwaliteit? Feit is dat het aantal kinderen met leer- en gedragsproblematiek de laatste jaren snel toeneemt. Hoe komt dat? En hoe kun je kinderen het beste begeleiden?
Steeds vaker kiezen ouders ervoor om ondersteuning te zoeken in het alternatieve circuit. Zij voelen zich beter thuis bij een holistische visie op menszijn en willen vooral het accent leggen op de kwaliteiten die hun kinderen hebben. In de reguliere hulpverlening gebeurt dit volgens hen niet: ondersteuning van ouders en kinderen is daar hoofdzakelijk gericht op het hanteerbaar maken van gedrag, symptoombestrijding, met andere woorden.
Een belangrijke reden hiervoor is dat er nog altijd grote onduidelijkheid bestaat over de oorzaken van leer- en gedragsproblemen. Op wetenschappelijk niveau is nog onvoldoende bewijs gevonden voor welke oorzaak dan ook. Omstandigheden rondom de zwangerschap zouden een rol kunnen spelen, evenals erfelijke, neurologische en omgevingsfactoren, maar feitelijk valt er nog niets met zekerheid te zeggen. En omdat deze verklaring ontbreekt, kan er ook niet mee worden gewerkt.
Vanuit verschillende invalshoeken worden de laatste jaren steeds meer oorzaken onderkend. Veel ouders herkennen deze oorzaken bij hun kinderen en willen dat hiermee rekening wordt gehouden. Persoonlijke inzichten zijn echter nogal eens onderwerp van discussie tussen reguliere hulpverleners enerzijds en alternatieve hulpverleners en ouders anderzijds. Jammer genoeg, want feitelijk sluiten ze elkaar niet uit. Soms hebben kinderen ondersteuning in het reguliere circuit nodig, soms zijn kinderen binnen de alternatieve hulpverlening het meest op hun plaats. De ene weg is niet beter dan de andere, alleen maar anders. Het uitgangspunt moet zijn: de behoefte van het kind.
De problemen die steeds meer kinderen laten zien, hangen samen met veranderend bewustzijn. Gedragsproblematiek zegt soms meer over de wijze waarop met kinderen wordt omgegaan en over de mensen om hen heen dan over de kinderen zelf. Zij zijn door hun toegenomen bewustzijn gevoeliger en kwetsbaarder op alle niveaus van hun bestaan. Daarnaast ervaren zij de wereld als een eenheid, dus zonder begrenzing in tijd en ruimte. Herkenning en erkenning van intuïtief bewustzijn kan voorkomen dat kwaliteiten van kinderen worden aangezien voor symptomen van een bepaalde stoornis. Wat zie ik als ik naar mijn kind kijk?
Wezenlijke hulpverlening vraagt zelfbewustzijn van de hulpverlener. Om kinderen de ondersteuning te geven die ze nodig hebben, is het allereerst nodig dat ouders, onderwijzers en hulpverleners bij hun eigen intuïtieve gevoelens kunnen blijven.
Vanuit het publiek werden veel vragen aan Carla Muijsert gesteld, waaronder:
Wat kun je ouders concreet voor ondersteuning bieden?
Carla brak een lans voor het zoeken naar de achterliggende boodschap in het gedrag en de uitlatingen van kinderen. Kijk als ouder in de breedte naar mogelijke oorzaken, zoek de communicatie met de school. Leg uit wie het kind is. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders èn school om er het beste van te maken. Als dat niet lukt moet je nadenken over een andere weg. Laat je altijd leiden door de vraag: wat heeft dit kind wezenlijk nodig?
Zijn er alternatieven voor medicatie?
Heel veel, maar een eenduidig advies bestaat niet. Wissel daarom ervaringen uit met anderen, bijvoorbeeld via het forum voor ouders op www.nieuwetijdspunt.nl en luister goed naar elkaar.
"Ik zou de juf het liefste wegzappen!"
Marianne Kuster wees erop dat er tegenwoordig steeds meer prikkels zijn die de waarneming en ervaring stimuleren. Gevoelige mensen hebben daar moeite mee en voor een gevoelig kind is naar school gaan een inspannende en vermoeiende taak. Als een kind het verborgen gevoel van een volwassene oppikt, kan dit heel bedreigend zijn. De aandacht bewust, maar meestal onbewust, op iets anders richten is dan een manier om uit het hier en nu weg te gaan.
Opvoeders vinden dat "wegdraaien van de aandacht" meestal tamelijk vervelend. Voor het kind is het echter een heerlijk gevoel: je schept je eigen wereld, fantaseert, beleeft iets leuks opnieuw in gedachten. Kinderen die dit doen denken daarbij doorgaans in beelden.
Beelddenken is driedimensionaal denken dat razendsnel gebeurt. Zo snel als een film, waarbij ook verschillende films door elkaar gezien kunnen worden. Het is associatief denken, waarbij een probleem van verschillende kanten bekeken kan worden. Een sterke beelddenker maakt in zijn of haar denken weinig gebruik van de klanken van woorden. Het draait vooral om de betekenis. Als een woord verschillende betekenissen heeft, of een wazige betekenis, zoals het woordje 'het', kan dat leiden tot verwarring. En die verwarring kan gepaard gaan met lichamelijke klachten en/of emoties. De verwarring kan zo groot zijn dat de hersenen niet meer correct registreren wat de ogen echt zien of de oren echt horen. Het komt ook voor dat een kind geen 'plaatje' heeft bij een woord en er dus niks mee kan. Bijvoorbeeld woorden als 'niet', 'nee', 'ik', 'jij'. Vaak wordt de oplossing pas helder als meer zintuigen worden ingeschakeld: het 'werkelijk' maken en uitbeelden in klei, in een tekening of met spelmateriaal is nodig om in het hier en nu te komen.
De meeste mensen denken zowel in woorden en taal als in beelden. Maar sommige mensen hebben in hun denken een voorkeur voor beelden. De deelnemers aan het symposium demonstreerden dit ook heel duidelijk: op de vraag van wat het woord 'aan' oproept, antwoordden sommigen dat zij het woord voor zich zagen, terwijl anderen met een beeld antwoordden: knipperende kerstverlichting, bijvoorbeeld, of iets aangeven.
Een andere manier van informatieverwerking blijkt ook de oorzaak te zijn van dyslexie. Dit uit zich vooral in problemen met het koppelen van klanken aan symbolen. Het lezen verloopt traag en een struikelblok is het lezen op tempo en onder tijdsdruk. Veel leesplezier wordt hierdoor in de kiem gesmoord. Maar deze 'probleemkinderen' hebben soms verbluffend rijke kwaliteiten van waarneming en bewustzijn. Marianne Kuster vertelde over twee kinderen: een jongen van 15 voor wie letters een kleurwaarde hebben en een jongen van 11 die letters ervaart als "lekker fris", "ouderwets", "kil, strak", "een grote witte ruimte", of "zuur, wekt moeilijkheden op". Door kinderen uit te nodigen om naar buiten te brengen wat eerst onbewust was, wordt vaak een rijke gevoelswereld ontsloten.
Ook Marianne Kuster kreeg heel wat vragen te beantwoorden vanuit de zaal, waaronder:
Wat is de link met de vorige spreekster?
De eigenschappen van dyslexie zijn gaven, kwaliteiten. Beelddenkers kunnen bijvoorbeeld zelfs complexe vraagstukken in één beeld overzien. Bij de begeleiding van kinderen moet dan ook altijd op hun kwaliteiten worden ingespeeld.
Maar daarvoor is zo weinig ruimte in het onderwijs... Zijn er oplossingen?
In het algemeen ligt het tempo veel te hoog. Maar er zijn wel degelijk strategieën ontwikkeld. Veel hangt samen met goed kunnen ontspannen. Dan is prioriteiten stellen noodzakelijk. Waar wil ik naartoe? En wat moet ik daarvoor kunnen? Beelddenkers moeten leren structureren.
Kinderen moeten veel aangeraakt worden
Pieter Langendijk begon zijn lezing met de constatering dat kinderen niet alleen sterk reageren op wat je zegt, maar ook op wat je emotioneel uitstraalt. De persoonlijkheid van de leerkracht is dan ook een heel grote factor op school.
Wat opvalt aan "probleemkinderen" is dat zij overactief autonoom zenuwstelsel te hebben. Vaak ontstaat dit al tijdens de zwangerschap onder de invloed van stresshormonen. Deze komen vrij als de moeder in een toestand van lichamelijke, emotionele en/of mentale stress verkeert. Tijdens stress worden hormonen zoals cortisol geproduceerd, die een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de hersenen. Dit zou een van de oorzaken kunnen zijn van minder goed kunnen concentreren, dyslexie, snel overstuur zijn. Ook de voeding speelt een belangrijke rol. Baby's worden tegenwoordig vaak als het ware "verchemiseerd" voor hun geboorte.
Pieter Langendijk vindt dat kinderen veel aangeraakt moeten worden. Hierdoor ontwikkelen de hersenen en het autonome zenuwstelsel zich beter. Daarnaast kan speciale massage kinderen helpen om een beter lichaamsbewustzijn te ontwikkelen. Omdat wij op school van kinderen een enorme beheersing van de motoriek vragen, kunnen zij verkrampen. Massage kan dan goede diensten bewijzen. Ook op andere manieren kunnen we kinderen helpen: bij het schrijfonderwijs bijvoorbeeld zouden we alle bewegingen eerst heel groot kunnen maken; zo wordt de kennis als het ware lijfelijk. Ook kun je kinderen met de voeten of met beide handen letters op de vloer of in de lucht laten tekenen.
Slechte lichamelijke controle is een belangrijke factor bij bijvoorbeeld ADHD en dyslexie. Veel kinderen die deze problemen laten zien hebben spanning in de nek en in de rug en daarnaast hebben ze vaak zweetvoeten of juist heel koude voeten. Daarnaast valt op dat zij vaak spanningen afreageren voor de ouders. En als de ouders zelf gemasseerd worden, gaat het met de kinderen meteen beter…
Ook na deze lezing had het publiek de nodige vragen, zoals:
Kan een kind zo veel spanning mee naar huis nemen dat het steeds loopt te boeren?
Ja, dat kan, aldus Pieter Langendijk. Ook een grote vermoeidheid is een veeg teken dat het kind spanningen overneemt.
En hoe zit het met zindelijk worden?
Ook hier is vaak sprake van een zwak ontwikkeld lichaamsbewustzijn. Kinderen zitten slecht in hun lichaam, met name in het onderlichaam.
Forum
Tijdens de lunchpauze hadden de deelnemers de gelegenheid om schriftelijk vragen in te leveren. Carla Muijsert, Marianne Kuster en Pieter Langendijk bogen zich in een forumgesprek gezamenlijk onder meer over de volgende onderwerpen:
Wat is de relatie tussen intuïtief bewustzijn en dyslexie?
De relatie is waarneming. Je voelt je verbonden en kunt dingen in één keer overzien. Veel dyslectische kinderen hebben intuïtieve kwaliteiten. Daarnaast zijn deze kinderen vaak erg gevoelig voor non-verbale informatie.
Wat moet er veranderen in het onderwijs?
Onderwijs moet passen bij wie het kind is. Het gaat niet eens zozeer om de methoden die gebruikt worden, maar veeleer om de innerlijke houding van de leerkrachten. Zelfbewustzijn is daarvoor onontbeerlijk. Zie je als leerkracht problemen, of zie je onderliggende kwaliteiten? Kun je inspelen op de wezenlijke behoefte van kinderen?
Wat kunnen ouders zèlf doen?
Benoem de positieve dingen. Erken de kwaliteiten van kinderen. Nodig hen uit om zelf na te denken over situaties: ze hebben vaak heel goede en bruikbare ideeën en jij kunt helpen die uit te werken.
Kinderen leven in een onbegrensd hier en nu.. Planning is dan lastig, daar kunnen ouders bij helpen. Laat kinderen bedenken wat het gevolg is van beslissingen. Wat is het effect van je gedrag? Hoe zijn situaties ontstaan, en wat was je eigen rol daarbij?
Dankzij de drie sprekers èn dankzij de deelnemers, kunnen we inmiddels terugkijken op een zeer geslaagd en inspirerend symposium. De Stichting Nieuwetijdskinderen is erg blij met de positieve reacties die we ontvingen. We hebben goed in onze oren geknoopt dat er veel behoefte bestaat aan verdieping en aan praktische handreikingen voor ouders, leerkrachten en hulpverleners.
Door Robert de Klerk
Help ik voel zo veel
Dit boekje is speciaal geschreven voor (hoog)gevoelige en snel overprikkelde kinderen van circa 7-11 jaar. Meer informatie..Aanmelden professional
Meld u aan met uw praktijk op deze website. Het aantal unieke bezoekers is op dit moment 2000 à 3000 per maand! Meer informatie..Uw activiteit op de homepage plaatsen?
U kunt uw activiteit op de homepage laten plaatsen voor een bepaalde periode. Meer informatie..Aanmelden nieuwsbrief
Wilt u up-to-date informatie ontvangen? Meldt u aan voor de nieuwsbrief. Meer informatie..Download brochures
Download hier brochures Nieuwetijdskinderen en Paranormale ervaringen van kinderen. Meer informatie..